|
Opvoeden doet men
niet alleen. Kinderen in Nederland groeien op in een snel veranderende en
complexe maatschappij. Om ze hierop voor te bereiden moeten ze naar school.
In eerste instantie kunnen ze al op vierjarige leeftijd naar de basisschool.
U heeft ervoor gekozen uw kind onderwijs op
onze school te laten volgen. Dat is in veel gevallen niet de dichtstbijzijnde
buurtschool. Onze school is er voor heel Vlissingen. Voor de VSV kies je
bewust.
Bij die keuze is het u waarschijnlijk vooral om de kwaliteit van het
onderwijs gegaan. De VSV heeft een eigen kijk op onderwijs. Het lijkt ons
goed dat wij ons blijven realiseren wat voor school wij zijn en welke
doelstellingen en uitgangspunten wij daarbij hebben.
Het schoolteam heeft
samen met het schoolbestuur en een afvaardiging van de ouders (leden) de
onderstaande visie op onderwijs ontwikkeld:
De Vlissingse Schoolvereniging biedt als "éénpitter", juist
door bewust gekozen kleinschaligheid, haar leerlingen een veilige omgeving
waarin ieders mening ertoe doet, iedereen gekend wordt en de voorwaarden zo
optimaal mogelijk zijn om te kunnen presteren. Wij geven klassikaal
onderwijs met aandacht voor verschillen, verzorgd door een deskundig en
enthousiast team. Zorgvuldig gekozen leermiddelen en faciliteiten helpen ons
kwalitatief goed onderwijs te geven.
De school wil, in gezamenlijke verantwoordelijkheid met
ouders, een goede basis leggen voor een volgende stap in het onderwijs en
de maatschappij; vroegtijdig Engels en ICT onderwijs zijn daarbij onze
speerpunten voor de komende jaren.
In een snel veranderende maatschappij wil de Vlissingse
Schoolvereniging een gemeenschap zijn waarin kinderen, ouders/verzorgers en
schoolteam respectvol en verantwoordelijk met elkaar omgaan. Samen zijn wij
de Vlissingse Schoolvereniging.
|
|
Om het
onderwijs zo efficiënt mogelijk te organiseren werken wij volgens
het zogenaamde leerstofjaarklassensysteem. Binnen de 8 groepen wordt
voor een groot gedeelte klassikaal onderwijs gegeven.
Bij verschillende vakken
vindt er na toetsing differentiatie plaats: kinderen met achterstand krijgen
extra begeleiding en anderen krijgen de mogelijkheid zich extra verdiepings- of
verrijkingsstof eigen te maken. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van methodeonafhankelijke
Cito-toetsen. Het geheel van toetsen biedt ons de
mogelijkheid de opbrengsten te beoordelen en, indien nodig, aanpassingen in ons
onderwijs aan te brengen.
Bij de
keuze van de onderwijsleerstof gaan wij uit van de door de overheid
geformuleerde kerndoelen voor het basisonderwijs. Wij zien deze kerndoelen
echter wel als minimumdoelen; wij willen de leerlingen immers op een zo hoog
mogelijk niveau richting voortgezet onderwijs brengen. Mede hierom stellen wij
ook eisen aan ouders ten aanzien van bijvoorbeeld schoolregels en
huiswerkopdrachten.
Wij vinden tenslotte dat vorming en leren in onze school twee
nauw met elkaar vervlochten aspecten van onderwijs moeten zijn.
Onze
voornaamste wens is dat de kinderen op de VSV een goede en plezierige
schooltijd hebben. Dit is immers de basis van waaruit goed (samen)gewerkt kan
worden.
Hierna
treft u een beschrijving aan van het onderwijs op de Vlissingse
Schoolvereniging:
|
|
|
In dit overzicht wordt naast een algemeen gedeelte, een overzicht gegeven
van het curriculum.
Voor meer gedetailleerde
informatie wordt verwezen naar de onderwijsmethodes.
|
|
In
de Wet op het primair onderwijs staat in artikel 8 dat het onderwijs een
brede ontwikkeling van leerlingen beoogt.
Dit betekent dat het onderwijs zich moet richten op de emotionele en
verstandelijke ontwikkeling van de leerlingen, op het tot ontwikkeling
brengen van hun creativiteit en op het verwerven van sociale, culturele en
lichamelijke vaardigheden.
Deze worden verwoord in de volgende leergebiedoverstijgende kerndoelen :
|
|
De leerlingen hebben belangstelling voor de wereld om zich heen en zij zijn gemotiveerd deze te
onderzoeken. Zij kunnen gerichte vragen stellen.
Zij kunnen relevante informatie
zoeken en gebruiken en hebben plezier in het leren van nieuwe dingen.
De leerlingen zetten door als
iets niet direct lukt.
Activiteiten om deze doelen
te bereiken zijn groepswerk, het voorbereiden en uitvoeren van spreekbeurten
en het schrijven van verslagen en werkstukken.
|
|
De leerlingen kunnen een plan
opstellen en er naar handelen.
Zij kunnen een doel formuleren
en zich op het gekozen onderwerp oriënteren.
Bij eenvoudige problemen leren
zij het verschil te zien tussen oorzaken en gevolgen en kunnen daaruit
conclusies trekken.
Ook zijn zij in staat om grotere
activiteiten, zoals werkstukken en andere samengestelde opdrachten, stap
voor stap in te delen en uit te werken.
Kinderen in de bovenbouw leren
een agenda te gebruiken, huiswerk te plannen en presentaties voor te
bereiden en uit te voeren.
|
|
De leerlingen kunnen bij leeractiviteiten
uiteenlopende strategieën en vaardigheden gebruiken. Het stellen van
gerichte vragen, het onderscheid tussen feiten en meningen en het opzoeken
van relevante informatie, zijn daar voorbeelden van. Het met elkaar
samenwerken, het met elkaar overleggen om samen tot resultaten te komen,
verdient veel aandacht. Bovendien moeten kinderen leren achteraf hun werk te
beoordelen en te bekijken of de gekozen strategie de juiste was.
|
|
De leerlingen leren omgaan
met hun eigen mogelijkheden en grenzen. Zelfvertrouwen, zelfbeheersing en
durven voor zichzelf en anderen op te komen, zijn uitingen daarvan.
|
|
De leerlingen leveren een
positieve bijdrage in een groep door met respect met anderen om te gaan.
Ze
handelen naar algemeen geaccepteerde normen en waarden.
Er is respect voor ieders
levensbeschouwing en cultuur op deze neutraal bijzondere basisschool.
Het opkomen voor je eigen
standpunt in een groep, rekening houden met gevoelens van een ander, het nemen
van verantwoordelijkheid, zijn vaardigheden die het sociaal gedrag vergroten.
|
|
De leerlingen maken
verantwoord en doelbewust gebruik van communicatiemiddelen waaronder nieuwe
media. Zij weten globaal
welke mogelijkheden digitale informatiemedia hebben. Tijdens de lessen zijn ze in
staat om te gaan met de methode-ondersteunende computerprogramma’s.
Het
bovenstaande is de basis om te komen tot voor een bepaald leergebied specifieke kerndoelen.
Aan deze onderdelen wordt
aandacht besteed gedurende het ICT-onderwijs.
|
|
Het
leesonderwijs is erop gericht dat aan het eind van de basisschool de
leerlingen een leeshouding bereikt hebben, die hen bereid maakt en in staat
stelt verschillende soorten teksten te vinden, op eigen niveau zelfstandig
aan te pakken en te verwerken, d.w.z. te integreren in eigen denken, voelen
en handelen.
Het
lezen is verdeeld in voorbereidend, aanvankelijk en voortgezet lezen.
Daarnaast komen de leesvormen begrijpend en studerend lezen veelvuldig
voor op onze school.
In het algemeen wordt door het aanbieden van
allerlei activiteiten getracht het leesplezier zo hoog mogelijk te houden.
In de
groepen 1/2 wordt de voorbereidend-leesmethode “Schatkist” (voorloper van de
methode “Veilig Leren Lezen”) gebruikt.
Als
kinderen met leren lezen beginnen hebben zij al heel veel dingen geleerd, die
min of meer nodig zijn om met succes dit leerproces te doorlopen. Enkele
belangrijke punten daarbij zijn:
- eerste
besef van wat lezen is en waartoe het dient, de zingeving;
- objectivatie of stilstaan bij vormaspecten van gesproken taal;
- kennis
van de aard van het schriftsysteem. De leerlingen worden symboolbewust.
Er wordt aandacht besteed aan taalbeheersing,
concentratie, taakbewustzijn en
motivatie.
Het
leren lezen van de leerlingen is een zeer belangrijke onderwijskundige
doelstelling in de onderbouw van de VSV.
In groep
3 wordt gewerkt volgens de methode Veilig Leren Lezen. Deze methode wordt
visueel en auditief ondersteund d.m.v. een computerprogramma en diverse
leesspelletjes.
De
leerlingen lezen in de groepen 4 en 5 het hele cursusjaar ook in groepjes (AVI-lezen).
Tevens wordt er klassikaal gelezen, waarbij instructie en begrip telkens
terugkeren.
Via een
leerlingvolgsysteem worden de resultaten bijgehouden. Driemaal per jaar
vindt er een AVI-toets plaats. (AVI staat voor Analyse Van
Individualiseringvormen). Aan de hand van deze toets worden niveaugroepjes
ingedeeld.
Het
begrijpend en studerend lezen wordt gestructureerd aangeboden. De methode
“Goed gelezen” wordt hiervoor gebruikt. Bij andere vakken wordt ook steeds
een beroep gedaan op deze vaardigheid van de leerling. In de laatste drie
groepen krijgen de leerlingen elke twee maanden een "Samsam", een magazine
over andere landen en culturen.
Lezen
wordt zoveel als mogelijk gestimuleerd. Naast een boekenkast met jeugdboeken
en informatieve boeken in iedere groep, zijn er verschillende boekenkisten
van de Openbare Bibliotheek aanwezig, die frequent omgeruild worden. Ook
worden er in diverse groepen boekbesprekingen door leerlingen gehouden.
Bovendien wordt er aandacht besteed aan de Kinderboekenweek.
|
|
De
kinderen in groep 1 doen spelenderwijs meer motorische ervaring op met
materialen en activiteiten dan met schrijfpatronen. In groep 2 is er materiaal
ter bevordering van de fijne motoriek en worden voorbereidende schrijfoefeningen
regelmatig aangeboden, zodat met de opgedane vaardigheden verder gewerkt kan
gaan worden in groep 3.
Daarnaast wordt er systematisch gewerkt met de methode
"Zwart op Wit".
Er wordt
gewerkt met de methode "Schrijftaal" in de groepen 4 t/m 6.
Groep 3 start dit jaar (2011) met de methode
"Schrijven in
de basisschool".
In groep 7
blijft het schoolschrift gehandhaafd.
De ontwikkeling
van het eigen handschrift wordt in groep 8 toegestaan en
begeleid.
Het schrijfonderwijs op onze school bestaat uit
verschillende onderdelen:
- schrijven als motorische vaardigheid
- schrijven
als technische vaardigheid
- schrijven als communicatiemiddel
- schrijven als middel tot expressie
De methode geeft bovendien mogelijkheden tot
gestructureerde observatie en remediëring.
|
|
De kleutergroepen werken thematisch.
Tijdens de uitvoering van een
project komen verschillende taalaspecten aan de orde, zoals luisteren en
spreken.
Taalspelletjes, versjes,
kringgesprekken, voorlezen en dramatische expressie zijn voorbeelden waarin
luisteren en spreken centraal staan. Kinderboeken zijn belangrijke
hulpmiddelen.
Ook buiten de projecten om wordt in
de kleutergroepen veel aandacht besteed aan de taalontwikkeling. Er is veel
materiaal aanwezig.
Het belangrijkste onderdeel in groep 3 is het geïntegreerde
lees- en taalonderwijs van "Veilig Leren Lezen".
Vanaf groep 4 wordt er gewerkt
met de methode 'Taalactief'. Bovendien wordt er vanaf groep 4 ook
extra aandacht besteed aan taalbeschouwing.
Het spellingsprogramma van de methode
“Taalactief” is uitgangspunt voor dit onderdeel van het taalonderwijs. Door middel van het afnemen van de
CITO-Toetsen worden de resultaten van de leerlingen methodeonafhankelijk
bijgehouden.
De leerlingen leren hun gedachten op papier te zetten.
Het schrijven van opstellen,
werkstukken en andere verslagen zijn daar voorbeelden van.
Het houden van spreekbeurten (vanaf
groep 5) en boekbesprekingen (vanaf groep 6) is een vast onderdeel in het
jaarprogramma.
|
|
In groep 8 worden de leerlingen voorbereid op het examen typevaardigheid. De lessen worden ondersteund door een aantal ouders. Aan de hand van een proefexamen wordt bepaald of de leerlingen aan het examen kunnen deelnemen. Slagen deze leerlingen, dan ontvangen zij een diploma. Leerlingen die niet slagen voor het examen krijgen een certificaat.
|
|
Vanaf groep 1
starten de leerlingen met aanvankelijk Engels. Hiervoor gebruiken wij de
werkwijze van Earlybird. In schooljaar 2011-2012 werken alle groepen op
deze wijze.
Het accent ligt op het communicatieve aspect.
Luister-, spreek- en schrijfoefeningen d.m.v. spelletjes, puzzels, liedjes en
rollenspelen, zijn middelen om dat te bereiken.
|
|
De
kennismakingscursus Frans wordt in groep 8 aangeboden. De cursus bestaat uit een twaalftal lessen. De lessen zijn vooral gericht op het
communicatieve aspect. Op deze wijze krijgen de leerlingen een basis
aangereikt, die de stap naar het
voortgezet onderwijs wat makkelijker zal maken.
|
|
De
Vlissingse Schoolvereniging werkt met de methode 'Wereld In Getallen'. In de
groepen 1/2 wordt het 'Ideeënboek' van deze methode gebruikt, waarin onder
andere de volgende onderdelen worden behandeld: tellen, hoeveelheden, ordenen,
tijd, lengte, gewicht, enz. Verder wordt 'schatkist rekenen' gebruikt.
Vanaf groep
3 doorloopt elke leerling de verschillende leerboeken. De methode is geënt op
basisstof/extra stof. De leerlingen krijgen na elke toets gelegenheid om in
kleine groepjes extra lessen te volgen. Zijn die niet toereikend, dan wordt er
gebruik gemaakt van de methode 'Remelka'. Aan de andere kant kan het voorkomen
dat er leerlingen zijn die meer aankunnen dan de leerstof in 'Wereld In
Getallen'. Leerlingen die de basisstof beheersen, krijgen binnen de methode de
mogelijkheid zich extra te verdiepen in de rekenstof.
Zij krijgen dan ook
gelegenheid om gestructureerd te werken met de methodes 'Somplex', 'Elftal' en
'Kien' en online rekenprogramma's.
|
|
Dit leerstofgebied valt uiteen in een
aantal vakgebieden, te weten aardrijkskunde, geschiedenis, verkeer en
natuuronderwijs.
In de onderbouw komen deze vakken
thematisch en geïntegreerd aan de bod.
Binnen verschillende projecten wordt
bijvoorbeeld aandacht besteed aan dieren en planten, de thuis- en
schoolomgeving, veilig gedrag in het verkeer.
Vanaf groep 5 worden thema's meer
vakinhoudelijk gesplitst. Vanzelfsprekend worden er dwarsverbanden gelegd met
andere leerstofonderdelen. Elk jaar worden er excursies georganiseerd om ervoor
te zorgen dat de leerstof op een plezierige wijze kan worden verwerkt.
De leerlingen van groep 7 en 8 kijken
wekelijks naar het TV-weekjournaal. Bovendien komen zij in aanraking met de krant.
De actualiteiten worden besproken en uitgelegd. Dit stimuleert de leerlingen om
zelfstandig de krant te gaan lezen.
|
|
In de
groepen 1-2 t/m groep 8 wordt de methode “Geobas” gebruikt.
In de
groepen 1-2 wordt daarnaast de activiteitenmap ingezet, waaruit thematisch wordt gewerkt.
In de
groepen 3 en 4 ligt het accent vooral op het aanleren van basisvaardigheden,
aardrijkskundige begrippen en het vormen van attitudes.
In groep 5
ligt de nadruk op het verkennen van de wereld om ons heen.
In groep 6 wordt
Nederland behandeld.
In groep 7 wordt Europa
behandeld.
In groep 8 wordt de
wereld behandeld.
De kinderen leren
topografie op onze school, dit in relatie tot de behandelde leerstof. Tevens
komen aardrijkskundige en culturele kenmerken van deze gebieden aan de orde.
|
|
De geschiedenismethode
'Wijzer door de tijd' wordt in de groepen 5 t/m 8 gebruikt.
Kennis van het verleden moet
bijdragen tot een beter begrip van het heden. Een beter begrip van het heden
moet bijdragen aan het beter gestalte geven van de toekomst. Het heden is het
resultaat van een historisch proces, dat in de toekomst gevolgen zal hebben.
Om kinderen dit besef bij te brengen
kan het geschiedenisonderwijs hen leren de hedendaagse wereld te relativeren
en moeten zij leren denken in de tijdscategorieën 'verleden', 'heden' en
'toekomst'.
Het onderwijs in geschiedenis is erop
gericht:
-
dat de leerlingen zich beelden kunnen vormen van in de tijd geordende
verschijnselen
en
ontwikkelingen;
- dat zij besef krijgen van continuïteit en
verandering in het eigen leven en in de
geschiedenis van de samenleving;
- dat
zij in een veranderend Europa, een historisch besef opbouwen over ons eigen land
en onze cultuur, en daardoor de plaats van Nederland in Europa en in de wereld
onderkennen;
- dat zij zich enige historische basisvaardigheden eigen maken.
In groep 5 gaat het over de
geschiedenis van het kind zelf, zijn familie en zijn nabije omgeving. Onderwerpen als wonen, de school, de
stad, een kasteel, vervoer en communicatie komen aan de orde.
In groep 6 gaat het over de
Prehistorie, de Romeinse tijd, en de Middeleeuwen.
In groep 7 worden de zestiende,
zeventiende en achttiende eeuw behandeld.
In groep 8 passeren tenslotte de
negentiende en twintigste eeuw de revue.
|
|
Onderwijs in burgerschap vormt een nieuw onderdeel van de sinds 1 september 2006 geldende nieuwe kerndoelen voor het primair onderwijs. Burgerschapskunde wordt hierbij niet gezien als een apart vak, maar als een geïntegreerde manier van lesgeven, waarbij de leerlingen uitgedaagd worden na te denken over hun rol als burger in de Nederlandse samenleving. Hierbij gaat het om de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de gemeenschap en daar actief een bijdrage aan te leveren. Ook als 'kleine burger' moet je je betrokken voelen en verantwoordelijk zijn voor de maatschappij.
De betrokkenheid en de verantwoordelijkheid, die je voor de gemeenschap voelt, zijn een deel van je persoonlijkheidsontwikkeling. In alle groepen wordt hiervoor wekelijks de zogenaamde bakjesaanpak gebruikt, waarbij steeds een thema belicht wordt. Ook de TV lessen van Koekeloere, Huisje Boompje Beestje, Nieuws Uit de Natuur en het School TV- weekjournaal besteden regelmatig aandacht aan algemene thema’s. Uiteraard zit een en ander verweven in de lessen levensbeschouwelijk onderwijs, aardrijkskunde, geschiedenis, biologie.
|
|
Het verkeersonderwijs sluit
aan bij de ervaringen, die kinderen opdoen in hun verkeersomgeving en bij hun
ontwikkelingsniveau. Het wordt gegeven op een systematische manier en is
duidelijk handelingsgericht. De relatie met de praktijk wordt steeds gelegd.
De algemene doelstelling van het verkeersonderwijs op de VSV luidt:
Het verkeersonderwijs is erop gericht
dat het kind kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen verwerft teneinde zijn
of haar taken als verkeersdeelnemer (speler, voetganger, fietser, passagier)
uit te kunnen voeren. De methode 'Klaar over' wordt vanaf groep 3 gehanteerd.
Het verkeersonderwijs wordt in groep
8 afgesloten met een theoretisch en praktisch verkeersexamen van 3VO.
|
|
Natuuronderwijs is erop
gericht dat kinderen waarnemingen doen. Voorwerpen, organismen en
verschijnselen, deze waarnemingen onder woorden leren brengen en zo nodig in
getallen uitdrukken zijn daar voorbeelden van.
Er wordt naar gestreefd dat:
-het kind belangstelling
krijgt voor de natuur;
-de onderzoekende houding
van het kind bevorderd wordt;
-dit resulteert in een
gevoel van verantwoording en respect voor zichzelf, de medemens
en de omgeving
(gewetensvorming);
-het kind voorbereid wordt
op de toekomstige maatschappij, door bewustwording van het
belang van het
behoud van de natuur en milieubeheer.
In de onderbouwgroepen is de
directe omgeving van de natuur aanleiding tot het geven van biologie onderwijs.
Daarbij wordt gebruik gemaakt van lees- of prentenboeken, waarin vaak dieren of
planten centraal worden gesteld. Bij het gebruiken van deze boekjes wordt zoveel
mogelijk aangesloten bij het jaargetijde, zodat er levend materiaal bij de les
aanwezig kan zijn.
In de groepen 1/2 gebruiken
de leerkrachten 'Het vier seizoenenboek' en in de groepen 3 en 4 wordt de
methode 'Natuur in de kijker' gebruikt.
Vanaf groep 5 werkt de VSV met de methode
'Wijzer door de Natuur'. Het programma 'Nieuws uit de natuur' van de Nederlandse
Onderwijs Televisie biedt achtergrondinformatie over de natuur dicht bij huis.
In twee leerjaren (groepen 3 en 6) hebben de leerlingen hun eigen schooltuintje
waar onder leiding van ouders in wordt
gewerkt.
|
|
De leerlingen komen in de
klas regelmatig in aanraking met de computer als ondersteuning bij het
onderwijs. In elke groep wordt er mee gewerkt. De groepen 3 t/m 8 beschikken
over een digitaal schoolbord. De kleuters hebben o.a. een computereiland, waarop diverse educatieve programma’s geïnstalleerd zijn. Vanaf
groep 3 wordt o.a. met laptops in een draadloos netwerk gewerkt. Leerlingen leren allerlei vaardigheden, zoals
tekstverwerken, het internet gebruiken, PowerPoint presentaties maken, typen en e-mails
maken en versturen. Het is de bedoeling dat de leerlingen aan het eind van hun
basisschooltijd voldoen aan bepaalde eisen. Hierover zijn in een convenant met
het voortgezet onderwijs afspraken gemaakt.
|
|
Vanaf groep 5 wordt gedurende het gehele schooljaar en in
samenhang met de zaakvakken aandacht besteed aan levensbeschouwelijk onderwijs.
Verdeeld over de groepen wordt er o.a. aandacht besteed aan de
wereldgodsdiensten.
Leerlingen die om bepaalde
redenen deze lessen niet mogen volgen worden bij andere schoolse activiteiten
ingezet of krijgen eigen opdrachten.
|
|
Er wordt in de lessen uitgegaan van en gewerkt met de methode “Basislessen Bewegingsonderwijs”. De lichamelijke opvoeding moet in het kader van de persoonsvorming gezien worden als een essentieel onderdeel van het basisonderwijs, waarbij door middel van een veelzijdige en gedifferentieerde keuze van de oefenstof in steeds wisselende en veelzijdige situaties wordt geprobeerd:
- de bewegingservaring te ontplooien en te richten op een beheerst bewegingspatroon;
er is een gericht aanbod van oefeningen voor de grove en de fijne motoriek;
- de samenwerking in groepsverband te ontwikkelen en te komen tot het dragen van
verantwoordelijkheid;
- bij te dragen tot het plezier hebben in bewegen met het oog op zinvolle
vrijetijdsbesteding in actieve zin.
De kinderen maken kennis met verschillende spelvormen, waaronder grondvormen van bewegen, sportspelen en de daarbij behorende basistechnieken en atletiek.
In groep 4 staat wekelijks het onderdeel zwemmen op het rooster.
Jaarlijks staat er voor de groepen 1 t/m 8 een sportweek op het programma.
De kinderen van de groepen 1/2 krijgen gymnastiekles in de speelzaal. Elke dag vindt er buitenspel plaats, indien het weer het toelaat. Dans- en spelactiviteiten vinden plaats in de speelzaal.
De kinderen van de groepen 3 t/m 8 gaan voor de gymnastiekles of spelles naar de gymzaal van de CSW-vestiging in Vlissingen.
Alle leerlingen, behalve de kleuters, dienen voor de gymnastiekles te beschikken over gymschoenen, een sportbroek en een shirt. De kleuters gymmen op gymschoentjes en in hun ondergoed.
De gymschoenen - geen zwarte zolen - mogen alleen in de gymzaal worden gedragen
|
Rooster voor de gymnastieklessen (wijzigingen voorbehouden)
Gymzaal CSW vestiging Vlissingen (lessen van 45 minuten):
| groepen 1/2 |
donderdagmorgen / dagelijks buitenspel |
|
| groep 3 |
donderdagmorgen (1 x per 2w weken) |
|
| |
vrijdagmorgen |
|
| groep 4 |
dinsdagmorgen |
|
| groep 5 |
maandagmorgen (blokuur) |
|
| groep 6 |
donderdagmorgen |
|
| |
vrijdagmiddag |
|
| groep 7 |
donderdagmorgen |
|
| |
vrijdagmiddag |
|
| groep 8 |
dinsdagmorgen (blokuur) |
|
| |
|
|
|
|
|
De leerlingen van de groep 4
krijgen in schoolverband zwemles in het Vrijburgbad.
In de opleiding voor de
gebruikelijke zwemdiploma's leren de kinderen allerlei vaardigheden, zoals drijven, het onder
water zijn, oriëntatie en op verschillende manieren draaien in het water.
Behalve het aanleren van de enkelvoudige rugslag en de schoolslag, maken zij ook
kennis met andere voortbewegingsvormen als de borst- en de rugcrawl.
De leerkracht van groep 4
zal u hierover te gelegener tijd verder informeren.
Gedurende het gehele
schooljaar gaat de groep per bus naar het zwembad.
Het schoolzwemmen is op
vrijdagmorgen van 08.45 tot 09.30 uur.
Graag de naam in de badtas
zetten (eventueel ook op handdoeken en badspullen).
Coördinator en
contactpersoon voor het schoolzwemmen is mevrouw Ten Hacken, leerkracht van groep
4.
Voor de leerlingen uit groep
7 zijn er jaarlijks 5 x 1 ½ uur beschikbaar, waarin zij kennis kunnen maken met
diverse facetten van de zwemsport zoals: snorkelen, waterpolo en reddend
zwemmen.
|
|
Tekenen,
handvaardigheid en textiele werkvormen komen in de groepen 1/2 dagelijks terug. In
de groepen 3
t/m 8 worden per week in principe één les tekenen en één les
handvaardigheid/textiele werkvormen door de eigen leerkracht gegeven.
Bij deze onderdelen
worden door de jaren heen zoveel mogelijk technieken aangeboden. Voor dit vak
wordt de methode “Moet je doen” gebruikt.
Expressie
Beeldende vorming is
erop gericht dat kinderen leren om waarnemingen, ervaringen, gevoelens en
verbeelding te uiten op een spelende en experimentele wijze met behulp van
beeldende middelen.
Vormgeving
Beeldende vorming is
erop gericht kinderen toe te rusten met kennis en vaardigheden om gedachten,
ervaringen, waarnemingen en belevenissen in beeld te brengen.
Bij de vakken
handvaardigheid en tekenen komen zoveel mogelijk technieken aan de orde.
Muziek
Er wordt
voor het muziekonderwijs gebruik gemaakt van de methode 'Moet Je Doen'.
Ter
ondersteuning van de methode beschikt de school over een muziekkast waarin
diverse instrumenten te vinden zijn.
Dramatische expressie
Drama is een
veelvoorkomend onderdeel in de onderbouw van de school. In eigen spel gebruiken
kinderen hun fantasie en creëren hun eigen wereld. In de kring worden
activiteiten aangeboden, waarin kinderen situaties moeten uitbeelden. De oudste
kleuters voeren aan het eind van het schooljaar ook een kleutermusical op. In de
bovenbouw wordt er aandacht besteed aan toneel. Kinderen in groep 8 voeren voor
de kerstvakantie en aan
het eind van het schooljaar een musical op.
Bevordering gezond gedrag
In de methode 'Wijzer door de
Natuur' is
gezond gedrag een regelmatig terugkerend onderdeel. In de onderbouw wordt
aandacht besteed aan persoonlijke hygiëne en via thema's komen aspecten van
gezond gedrag aan de orde.
Dit in
combinatie met de buitenspellessen en
de lessen lichamelijke opvoeding.
|
|
In de
groepen 1/2 is veel constructiemateriaal aanwezig, zoals Lego en K'nex.
Kinderen leren hun ruimtelijk inzicht te vergroten.
Bovendien wordt er via thema’s aandacht besteed aan het milieu in de directe
omgeving. Het schoonhouden van het lokaal, de toiletten en het plein zijn
daar voorbeelden van.
In de
overige groepen wordt gewerkt met technisch lego en krijgt de computer
steeds meer aandacht.
De
methodes 'In de kijker' (groepen 3 en 4) en 'Wijzer door de Natuur' (groepen 5,
6, 7 en 8) besteden aandacht aan verschillende technische onderwerpen, die
in en om het huis kunnen plaatsvinden.
In de midden- en
bovenbouwgroepen wordt er gewerkt met de methode 'Maak 't maar'.
Dit is een bronnenboek voor techniek in het primair onderwijs.
De
onderwerpen zijn verdeeld over de onderbouw, middenbouw en bovenbouw.
Dezelfde verdeling is toegepast bij het 'Ontdekkasteel'.
|
|