Onderwijs 2011-2012

Visie op het onderwijs

 

Opvoeden doet men niet alleen. Kinderen in Nederland  groeien op in een snel veranderende en complexe maatschappij. Om ze hierop voor te bereiden moeten ze naar school. In eerste instantie kunnen ze al op vierjarige leeftijd naar de basisschool.

U heeft ervoor gekozen uw kind onderwijs op onze school te laten volgen. Dat is in veel gevallen niet de dichtstbijzijnde buurtschool. Onze school is er voor heel Vlissingen. Voor de VSV kies je bewust.

Bij die keuze is het u waarschijnlijk vooral om de kwaliteit van het onderwijs gegaan. De VSV heeft een eigen kijk op onderwijs. Het lijkt ons goed dat wij ons blijven realiseren wat voor school wij zijn en welke doelstellingen en uitgangspunten wij daarbij hebben.

Het schoolteam heeft samen met het schoolbestuur en een afvaardiging van de ouders (leden) de onderstaande visie op onderwijs ontwikkeld:

 

De Vlissingse Schoolvereniging biedt als "éénpitter", juist door bewust gekozen kleinschaligheid, haar leerlingen een veilige omgeving waarin ieders mening ertoe doet, iedereen gekend wordt en de voorwaarden zo optimaal mogelijk zijn om te kunnen presteren.  Wij geven klassikaal onderwijs met aandacht voor verschillen, verzorgd door een deskundig en enthousiast team. Zorgvuldig gekozen leermiddelen en faciliteiten helpen ons kwalitatief goed onderwijs te geven. 

De school wil, in gezamenlijke verantwoordelijkheid met ouders, een  goede basis leggen voor een volgende stap in het onderwijs en de maatschappij; vroegtijdig Engels en ICT onderwijs zijn daarbij onze speerpunten voor de komende jaren.

In een snel veranderende maatschappij wil de Vlissingse Schoolvereniging een gemeenschap zijn waarin kinderen, ouders/verzorgers en schoolteam respectvol en verantwoordelijk met elkaar omgaan. Samen zijn wij de Vlissingse Schoolvereniging.

 

Het onderwijs

 

Om het onderwijs zo efficiënt mogelijk te organiseren werken wij volgens het zogenaamde leerstofjaarklassensysteem. Binnen de 8 groepen wordt voor een groot gedeelte klassikaal onderwijs gegeven.

Bij verschillende vakken vindt er na toetsing differentiatie plaats: kinderen met achterstand krijgen extra begeleiding en anderen krijgen de mogelijkheid zich extra verdiepings- of verrijkingsstof eigen te maken. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van methodeonafhankelijke Cito-toetsen. Het geheel van toetsen biedt ons de mogelijkheid de opbrengsten te beoordelen en, indien nodig, aanpassingen in ons onderwijs aan te brengen.

Bij de keuze van de onderwijsleerstof gaan wij uit van de door de overheid geformuleerde kerndoelen voor het basisonderwijs. Wij zien deze kerndoelen echter wel als minimumdoelen; wij willen de leerlingen immers op een zo hoog mogelijk niveau richting voortgezet onderwijs brengen. Mede hierom stellen wij ook eisen aan ouders ten aanzien van bijvoorbeeld schoolregels en huiswerkopdrachten.

Wij vinden tenslotte dat vorming en leren in onze school twee nauw met elkaar vervlochten aspecten van onderwijs moeten zijn.

Onze voornaamste wens is dat de kinderen op de VSV een goede en plezierige schooltijd hebben. Dit is immers de basis van waaruit goed (samen)gewerkt kan worden.  

Hierna treft u een beschrijving aan van het onderwijs op de Vlissingse Schoolvereniging:

Inleiding

 

In dit overzicht wordt naast een algemeen gedeelte, een overzicht gegeven  van het curriculum.

Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de onderwijsmethodes.

Algemeen

 

In de Wet op het primair onderwijs staat in artikel 8 dat het onderwijs een brede ontwikkeling van leerlingen beoogt.

Dit betekent dat het onderwijs zich moet richten op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling van de leerlingen, op het tot ontwikkeling brengen van hun creativiteit en op het verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.

Deze worden verwoord in de volgende leergebiedoverstijgende kerndoelen :

 

Werkhouding

 

De leerlingen hebben belangstelling voor de wereld om zich heen en zij zijn gemotiveerd deze te onderzoeken. Zij kunnen gerichte vragen stellen.

Zij kunnen relevante informatie zoeken en gebruiken en hebben plezier in het leren van nieuwe dingen.

De leerlingen zetten door als iets niet direct lukt.

Activiteiten om deze doelen te bereiken zijn groepswerk, het voorbereiden en uitvoeren van spreekbeurten en het schrijven van verslagen en werkstukken.

 

Werken volgens een plan

 

De leerlingen kunnen een plan opstellen en er naar handelen.

Zij kunnen een doel formuleren en zich op het gekozen onderwerp oriënteren.

Bij eenvoudige problemen leren zij het verschil te zien tussen oorzaken en gevolgen en kunnen daaruit conclusies trekken.

Ook zijn zij in staat om grotere activiteiten, zoals werkstukken en andere samengestelde opdrachten, stap voor stap in te delen en uit te werken.

Kinderen in de bovenbouw leren een agenda te gebruiken, huiswerk te plannen en presentaties voor te bereiden en uit te voeren.

 

Gebruik van uiteenlopende strategieën

 

De leerlingen kunnen bij leeractiviteiten uiteenlopende strategieën en vaardigheden gebruiken. Het stellen van gerichte vragen, het onderscheid tussen feiten en meningen en het opzoeken van relevante informatie, zijn daar voorbeelden van. Het met elkaar samenwerken, het met elkaar overleggen om samen tot resultaten te komen, verdient veel aandacht. Bovendien moeten kinderen leren achteraf hun werk te beoordelen en te bekijken of de gekozen strategie de juiste was.

 

Zelfbeeld

 

De leerlingen leren omgaan met hun eigen mogelijkheden en grenzen. Zelfvertrouwen, zelfbeheersing en durven voor zichzelf en anderen op te komen, zijn uitingen daarvan.

 

Sociaal gedrag

 

De leerlingen leveren een positieve bijdrage in een groep door met respect met anderen om te gaan.

Ze handelen naar algemeen geaccepteerde normen en waarden.

Er is respect voor ieders levensbeschouwing en cultuur op deze neutraal bijzondere basisschool.

Het opkomen voor je eigen standpunt in een groep, rekening houden met gevoelens van een ander, het nemen van verantwoordelijkheid, zijn vaardigheden die het sociaal gedrag vergroten.

 

Nieuwe media

 

De leerlingen maken verantwoord en doelbewust gebruik van communicatiemiddelen waaronder nieuwe media. Zij weten globaal welke mogelijkheden digitale informatiemedia hebben. Tijdens de lessen zijn ze in staat om te gaan met de methode-ondersteunende computerprogramma’s.

Het bovenstaande is de basis om te komen tot voor een bepaald leergebied specifieke kerndoelen.

Aan deze onderdelen wordt aandacht besteed gedurende het ICT-onderwijs.

 

Vakgebieden

 
 

Lezen

 

Het leesonderwijs is erop gericht dat aan het eind van de basisschool de leerlingen een leeshouding bereikt hebben, die hen bereid maakt en in staat stelt verschillende soorten teksten te vinden, op eigen niveau zelfstandig aan te pakken en te verwerken, d.w.z. te integreren in eigen denken, voelen en handelen.

Het lezen is verdeeld in voorbereidend, aanvankelijk en voortgezet lezen. Daarnaast komen de  leesvormen begrijpend en studerend lezen veelvuldig voor op onze school.

In het algemeen wordt door het aanbieden van allerlei activiteiten getracht het leesplezier zo hoog mogelijk te houden.

In de groepen 1/2 wordt de voorbereidend-leesmethode “Schatkist” (voorloper van de methode “Veilig Leren Lezen”) gebruikt.

Als kinderen met leren lezen beginnen hebben zij al heel veel dingen geleerd, die min of meer nodig zijn om met succes dit leerproces te doorlopen. Enkele belangrijke punten daarbij zijn:

- eerste besef van wat lezen is en waartoe het dient, de zingeving;

- objectivatie of stilstaan bij vormaspecten van gesproken taal;

- kennis van de aard van het schriftsysteem. De leerlingen worden symboolbewust.

  Er wordt aandacht besteed aan taalbeheersing, concentratie, taakbewustzijn en

  motivatie.

Het leren lezen van de leerlingen is een zeer belangrijke onderwijskundige doelstelling in de onderbouw van de VSV.

In groep 3 wordt gewerkt volgens de methode Veilig Leren Lezen. Deze methode wordt visueel en auditief ondersteund d.m.v. een computerprogramma en diverse leesspelletjes.

De leerlingen lezen in de groepen 4 en 5 het hele cursusjaar ook in groepjes (AVI-lezen). Tevens wordt er klassikaal gelezen, waarbij instructie en begrip telkens terugkeren.

Via een leerlingvolgsysteem worden de resultaten bijgehouden. Driemaal per jaar vindt er een AVI-toets plaats. (AVI staat voor Analyse Van Individualiseringvormen). Aan de hand van deze toets worden niveaugroepjes ingedeeld.

Het begrijpend en studerend lezen wordt gestructureerd aangeboden. De methode “Goed gelezen” wordt hiervoor gebruikt. Bij andere vakken wordt ook steeds een beroep gedaan op deze vaardigheid van de leerling. In de laatste drie groepen krijgen de leerlingen elke twee maanden een "Samsam", een magazine over andere landen en culturen.

Lezen wordt zoveel als mogelijk gestimuleerd. Naast een boekenkast met jeugdboeken en informatieve boeken in iedere groep, zijn er verschillende boekenkisten van de Openbare Bibliotheek aanwezig, die frequent omgeruild worden. Ook worden er in diverse groepen boekbesprekingen door leerlingen gehouden. Bovendien wordt er aandacht besteed aan de Kinderboekenweek.

 

Schrijven

 

De kinderen in groep 1 doen spelenderwijs meer motorische ervaring op met materialen en activiteiten dan met schrijfpatronen. In groep 2 is er materiaal ter bevordering van de fijne motoriek en worden voorbereidende schrijfoefeningen regelmatig aangeboden, zodat met de opgedane vaardigheden verder gewerkt kan gaan worden in groep 3. Daarnaast wordt er systematisch gewerkt met de methode "Zwart op Wit".

Er wordt gewerkt met de methode "Schrijftaal" in de groepen 4 t/m 6.

Groep 3 start  dit jaar (2011) met de methode "Schrijven in de basisschool".

In groep 7 blijft het schoolschrift gehandhaafd. De ontwikkeling van het eigen handschrift wordt in groep 8 toegestaan en begeleid.

Het schrijfonderwijs op onze school bestaat uit verschillende onderdelen:

- schrijven als motorische vaardigheid

- schrijven als technische vaardigheid

- schrijven als communicatiemiddel

- schrijven als middel tot expressie

De methode geeft bovendien mogelijkheden tot gestructureerde observatie en remediëring.

 

Nederlandse Taal

 

De kleutergroepen werken thematisch.

Tijdens de uitvoering van een project komen verschillende taalaspecten aan de orde, zoals luisteren en spreken.

Taalspelletjes, versjes, kringgesprekken, voorlezen en dramatische expressie zijn voorbeelden waarin luisteren en spreken centraal staan. Kinderboeken zijn belangrijke hulpmiddelen.

Ook buiten de projecten om wordt in de kleutergroepen veel aandacht besteed aan de taalontwikkeling. Er is veel materiaal aanwezig.

Het belangrijkste onderdeel in groep 3 is het geïntegreerde lees- en taalonderwijs van "Veilig Leren Lezen".

Vanaf groep 4 wordt er gewerkt met de methode 'Taalactief'. Bovendien wordt er vanaf groep 4 ook extra aandacht besteed aan taalbeschouwing.

Het spellingsprogramma van de methode “Taalactief” is uitgangspunt voor dit onderdeel van het taalonderwijs. Door middel van het afnemen van de CITO-Toetsen worden de resultaten van de leerlingen methodeonafhankelijk bijgehouden.

De leerlingen leren hun gedachten op papier te zetten.

Het schrijven van opstellen, werkstukken en andere verslagen zijn daar voorbeelden van.

Het houden van spreekbeurten (vanaf groep 5) en boekbesprekingen (vanaf groep 6) is een vast onderdeel in het jaarprogramma.

 

Typevaardigheid

 

In groep 8 worden de leerlingen voorbereid op het examen typevaardigheid. De lessen worden ondersteund door een aantal ouders. Aan de hand van een proefexamen wordt bepaald of de leerlingen aan het examen kunnen deelnemen. Slagen deze leerlingen, dan ontvangen zij een diploma. Leerlingen die niet slagen voor het examen krijgen een certificaat.

 

Engelse Taal

 

Vanaf groep 1 starten de leerlingen met aanvankelijk Engels. Hiervoor gebruiken wij de werkwijze van Earlybird. In schooljaar 2011-2012 werken alle groepen op deze wijze.

Het accent ligt op het communicatieve aspect. Luister-, spreek- en schrijfoefeningen d.m.v. spelletjes, puzzels, liedjes en rollenspelen, zijn middelen om dat te bereiken.

 

Franse Taal

 

De kennismakingscursus Frans wordt in groep 8 aangeboden. De cursus bestaat uit een twaalftal lessen. De lessen zijn vooral gericht op het communicatieve aspect. Op deze wijze krijgen de leerlingen een basis aangereikt, die de stap naar het voortgezet onderwijs wat makkelijker zal maken.

 

Rekenen

 

De Vlissingse Schoolvereniging werkt met de methode 'Wereld In Getallen'. In de groepen 1/2 wordt het 'Ideeënboek' van deze methode gebruikt, waarin onder andere de volgende onderdelen worden behandeld: tellen, hoeveelheden, ordenen, tijd, lengte, gewicht, enz. Verder wordt 'schatkist rekenen' gebruikt.

Vanaf groep 3 doorloopt elke leerling de verschillende leerboeken. De methode is geënt op basisstof/extra stof. De leerlingen krijgen na elke toets gelegenheid om in kleine groepjes extra lessen te volgen. Zijn die niet toereikend, dan wordt er gebruik gemaakt van de methode 'Remelka'. Aan de andere kant kan het voorkomen dat er leerlingen zijn die meer aankunnen dan de leerstof in 'Wereld In Getallen'. Leerlingen die de basisstof beheersen, krijgen binnen de methode de mogelijkheid zich extra te verdiepen in de rekenstof.

Zij krijgen dan ook gelegenheid om gestructureerd te werken met de methodes 'Somplex', 'Elftal' en 'Kien' en online rekenprogramma's.

 

Wereldoriëntatie

 

Dit leerstofgebied valt uiteen in een aantal vakgebieden, te weten aardrijkskunde, geschiedenis, verkeer en natuuronderwijs.

In de onderbouw komen deze vakken thematisch en geïntegreerd aan de bod.

Binnen verschillende projecten wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan dieren en planten, de thuis- en schoolomgeving, veilig gedrag in het verkeer.

Vanaf groep 5 worden thema's meer vakinhoudelijk gesplitst. Vanzelfsprekend worden er dwarsverbanden gelegd met andere leerstofonderdelen. Elk jaar worden er excursies georganiseerd om ervoor te zorgen dat de leerstof op een plezierige wijze kan worden verwerkt.

De leerlingen van groep 7 en 8 kijken wekelijks naar het TV-weekjournaal. Bovendien komen zij in aanraking met de krant. De actualiteiten worden besproken en uitgelegd. Dit stimuleert de leerlingen om zelfstandig de krant te gaan lezen.

 

Aardrijkskunde

 

In de groepen 1-2 t/m groep 8 wordt de methode “Geobas” gebruikt.

In de groepen 1-2 wordt daarnaast de activiteitenmap ingezet, waaruit thematisch wordt gewerkt.

In de groepen 3 en 4 ligt het accent vooral op het aanleren van basisvaardigheden, aardrijkskundige begrippen en het vormen van attitudes.

In groep 5 ligt de nadruk op het verkennen van de wereld om ons heen.

In groep 6 wordt Nederland behandeld.

In groep 7 wordt Europa behandeld.

In groep 8 wordt de wereld behandeld.

De kinderen leren topografie op onze school, dit in relatie tot de behandelde leerstof. Tevens komen aardrijkskundige en culturele kenmerken van deze gebieden aan de orde.

 

Geschiedenis

 

De geschiedenismethode 'Wijzer door de tijd' wordt in de groepen 5 t/m 8 gebruikt.

Kennis van het verleden moet bijdragen tot een beter begrip van het heden. Een beter begrip van het heden moet bijdragen aan het beter gestalte geven van de toekomst. Het heden is het resultaat van een historisch proces, dat in de toekomst gevolgen zal hebben.

Om kinderen dit besef bij te brengen kan het geschiedenisonderwijs hen leren de hedendaagse wereld te relativeren en moeten zij leren denken in de tijdscategorieën 'verleden', 'heden' en 'toekomst'.

Het onderwijs in geschiedenis is erop gericht:

-  dat de leerlingen zich beelden kunnen vormen van in de tijd geordende verschijnselen

    en ontwikkelingen;

-  dat zij besef krijgen van continuïteit en verandering in het eigen leven en in de

    geschiedenis van de samenleving;

-  dat zij in een veranderend Europa, een historisch besef opbouwen over ons eigen land

    en onze cultuur, en daardoor de plaats van Nederland in Europa en in de wereld

    onderkennen;

-  dat zij zich enige historische basisvaardigheden eigen maken.

 

In groep 5 gaat het over de geschiedenis van het kind zelf, zijn familie en zijn nabije omgeving. Onderwerpen als wonen, de school, de stad, een kasteel, vervoer en communicatie komen aan de orde.

In groep 6 gaat het over de Prehistorie, de Romeinse tijd, en de Middeleeuwen.

In groep 7 worden de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw behandeld.

In groep 8 passeren tenslotte de negentiende en twintigste eeuw de revue.

 

Burgerschapskunde

 

Onderwijs in burgerschap vormt een nieuw onderdeel van de sinds 1 september 2006 geldende nieuwe kerndoelen voor het primair onderwijs. Burgerschapskunde wordt hierbij niet gezien als een apart vak, maar als een geïntegreerde manier van lesgeven, waarbij de leerlingen uitgedaagd worden na te denken over hun rol als burger in de Nederlandse samenleving. Hierbij gaat het om de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de gemeenschap en daar actief een bijdrage aan te leveren. Ook als 'kleine burger' moet je je betrokken voelen en verantwoordelijk zijn voor de maatschappij.

De betrokkenheid en de verantwoordelijkheid, die je voor de gemeenschap voelt, zijn een deel van je persoonlijkheidsontwikkeling. In alle groepen wordt hiervoor wekelijks de zogenaamde bakjesaanpak gebruikt, waarbij steeds een thema belicht wordt. Ook de TV lessen van Koekeloere, Huisje Boompje Beestje, Nieuws Uit de Natuur en het School TV- weekjournaal besteden regelmatig aandacht aan algemene thema’s. Uiteraard zit een en ander verweven in de lessen levensbeschouwelijk onderwijs, aardrijkskunde, geschiedenis, biologie.

 

Verkeer

 

Het verkeersonderwijs sluit aan bij de ervaringen, die kinderen opdoen in hun verkeersomgeving en bij hun ontwikkelingsniveau. Het wordt gegeven op een systematische manier en is duidelijk handelingsgericht. De relatie met de praktijk wordt steeds gelegd.

De algemene doelstelling van het verkeersonderwijs op de VSV luidt:

Het verkeersonderwijs is erop gericht dat het kind kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen verwerft teneinde zijn of haar taken als verkeersdeelnemer (speler, voet­ganger, fietser, passagier) uit te kunnen voeren. De methode 'Klaar over' wordt vanaf groep 3 gehanteerd.

Het verkeersonderwijs wordt in groep 8 afgesloten met een theoretisch en praktisch verkeersexamen van 3VO.

 

Natuuronderwijs

 

Natuuronderwijs is erop gericht dat kinderen waarnemingen doen. Voorwerpen, organismen en verschijnselen, deze waarnemingen onder woorden leren brengen en zo nodig in getallen uitdrukken zijn daar voorbeelden van.

Er wordt naar gestreefd dat:

-het kind belangstelling krijgt voor de natuur;

-de onderzoekende houding van het kind bevorderd wordt;

-dit resulteert in een gevoel van verantwoording en respect voor zichzelf, de medemens

  en  de omgeving (gewetensvorming);

-het kind voorbereid wordt op de toekomstige maatschappij, door bewustwording van het

  belang  van het behoud van de natuur en milieubeheer.

In de onderbouwgroepen is de directe omgeving van de natuur aanleiding tot het geven van biologie onderwijs. Daarbij wordt gebruik gemaakt van lees- of prentenboeken, waarin vaak dieren of planten centraal worden gesteld. Bij het gebruiken van deze boekjes wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het jaargetijde, zodat er levend materiaal bij de les aanwezig kan zijn.

In de groepen 1/2 gebruiken de leerkrachten 'Het vier seizoenen­boek' en in de groepen 3 en 4 wordt de methode 'Natuur in de kijker' gebruikt. Vanaf groep 5 werkt de VSV met de methode 'Wijzer door de Natuur'. Het programma 'Nieuws uit de natuur' van de Nederlandse Onderwijs Televisie biedt achtergrondinformatie over de natuur dicht bij huis. In twee leerjaren (groepen 3 en 6) hebben de leerlingen hun eigen schooltuintje waar onder leiding van ouders in wordt gewerkt.

 

Informatie en Communicatie Technologie (ICT-onderwijs)

 

De leerlingen komen in de klas regelmatig in aanraking met de computer als ondersteuning bij het onderwijs. In elke groep wordt er mee gewerkt. De groepen 3 t/m 8 beschikken over een digitaal schoolbord. De kleuters hebben o.a. een computereiland, waarop diverse educatieve programma’s geïnstalleerd zijn. Vanaf groep 3 wordt o.a. met laptops in een draadloos netwerk gewerkt. Leerlingen leren allerlei vaardigheden, zoals tekstverwerken, het internet gebruiken, PowerPoint presentaties maken, typen en e-mails maken en versturen. Het is de bedoeling dat de leerlingen aan het eind van hun basisschooltijd voldoen aan bepaalde eisen. Hierover zijn in een convenant met het voortgezet onderwijs afspraken gemaakt.

 

Levensbeschouwelijk onderwijs

 

Vanaf groep 5 wordt gedurende het gehele schooljaar en in samenhang met de zaakvakken aandacht besteed aan levensbeschouwelijk onderwijs. Verdeeld over de groepen wordt er o.a. aandacht besteed aan de wereldgodsdiensten.  

Leerlingen die om bepaalde redenen deze lessen niet mogen volgen worden bij andere schoolse activiteiten ingezet of krijgen eigen opdrachten.

 

Lichamelijke opvoeding

 

Er wordt in de lessen uitgegaan van en gewerkt met de methode “Basislessen Bewegingsonderwijs”. De lichamelijke opvoeding moet in het kader van de persoonsvorming gezien worden als een essentieel onderdeel van het basisonderwijs, waarbij door middel van een veelzijdige en gedifferentieerde keuze van de oefenstof in steeds wisselende en veelzijdige situaties wordt geprobeerd:

- de bewegingservaring te ontplooien en te richten op een beheerst bewegingspatroon;

  er is een gericht aanbod van oefeningen voor de grove en de fijne motoriek;

- de samenwerking in groepsverband te ontwikkelen en te komen tot het dragen van

  verantwoordelijkheid;

- bij te dragen tot het plezier hebben in bewegen met het oog op zinvolle

  vrijetijdsbesteding in actieve zin.

De kinderen maken kennis met verschillende spelvormen, waaronder grondvormen van bewegen, sportspelen en de daarbij behorende basistechnieken en atletiek.

In groep 4 staat wekelijks het onderdeel zwemmen op het rooster.

Jaarlijks staat er voor de groepen 1 t/m 8 een sportweek op het programma.

De kinderen van de groepen 1/2 krijgen gymnastiekles in de speelzaal. Elke dag vindt er buitenspel plaats, indien het weer het toelaat. Dans- en spelactiviteiten vinden plaats in de speelzaal.

De kinderen van de groepen 3 t/m 8 gaan voor de gymnastiekles of spelles naar de gymzaal van de CSW-vestiging in Vlissingen.

Alle leerlingen, behalve de kleuters, dienen voor de gymnastiekles te beschikken over gymschoenen, een sportbroek en een shirt. De kleuters gymmen op gymschoentjes en in hun ondergoed.

De gymschoenen - geen zwarte zolen - mogen alleen in de gymzaal worden gedragen

 
Rooster voor de gymnastieklessen (wijzigingen voorbehouden)

 

Gymzaal CSW vestiging Vlissingen (lessen van 45 minuten):

 
groepen 1/2 donderdagmorgen / dagelijks buitenspel  
groep 3 donderdagmorgen (1 x per 2w weken)  
  vrijdagmorgen  
groep 4 dinsdagmorgen  
groep 5 maandagmorgen (blokuur)  
groep 6 donderdagmorgen  
  vrijdagmiddag  
groep 7 donderdagmorgen  
  vrijdagmiddag  
groep 8 dinsdagmorgen (blokuur)  
     

 

Schoolzwemmen

 
 

De leerlingen van de groep 4 krijgen in schoolverband zwemles in het Vrijburgbad.

In de opleiding voor de gebruikelijke zwemdiploma's leren de kinderen allerlei vaardigheden, zoals drijven, het onder water zijn, oriëntatie en op verschillende manieren draaien in het water. Behalve het aanleren van de enkelvoudige rugslag en de schoolslag, maken zij ook kennis met andere voortbewegingsvormen als de borst- en de rugcrawl.

De leerkracht van groep 4 zal u hierover te gelegener tijd verder informeren.

Gedurende het gehele schooljaar gaat de groep per bus naar het zwembad.

Het schoolzwemmen is op vrijdagmorgen van 08.45 tot 09.30 uur.

Graag de naam in de badtas zetten (eventueel ook op handdoeken en badspullen).

Coördinator en contactpersoon voor het schoolzwemmen is mevrouw Ten Hacken, leerkracht van groep 4.

Voor de leerlingen uit groep 7 zijn er jaarlijks 5 x 1 ½ uur beschikbaar, waarin zij kennis kunnen maken met diverse facetten van de zwemsport zoals: snorkelen, waterpolo en reddend zwemmen.

 

TeHaTex (Beeldende vorming)

 

Tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen komen in de groepen 1/2 dagelijks terug. In de groepen 3 t/m 8 worden per week in principe één les tekenen en één les handvaardigheid/textiele werkvormen door de eigen leerkracht gegeven.

Bij deze onderdelen worden door de jaren heen zoveel mogelijk technieken aangeboden. Voor dit vak wordt de methode “Moet je doen” gebruikt.

 

Expressie

Beeldende vorming is erop gericht dat kinderen leren om waarnemingen, ervaringen, gevoelens en verbeelding te uiten op een spelende en experimentele wijze met behulp van beeldende middelen.

 

Vormgeving

Beeldende vorming is erop gericht kinderen toe te rusten met kennis en vaardigheden om gedachten, ervaringen, waarnemingen en belevenissen in beeld te brengen.

Bij de vakken handvaardigheid en tekenen komen zoveel mogelijk technieken aan de orde.

 

Muziek

Er wordt voor het muziekonderwijs gebruik gemaakt van de methode 'Moet Je Doen'.

Ter ondersteuning van de methode beschikt de school over een muziekkast waarin diverse instrumenten te vinden zijn.

 

Dramatische expressie

Drama is een veelvoorkomend onderdeel in de onderbouw van de school. In eigen spel gebruiken kinderen hun fantasie en creëren hun eigen wereld. In de kring worden activiteiten aangeboden, waarin kinderen situaties moeten uitbeelden. De oudste kleuters voeren aan het eind van het schooljaar ook een kleutermusical op. In de bovenbouw wordt er aandacht besteed aan toneel. Kinderen in groep 8 voeren voor de kerstvakantie en aan het eind van het schooljaar een musical op.

 

Bevordering gezond gedrag

In de methode 'Wijzer door de Natuur' is gezond gedrag een regelmatig terugkerend onderdeel. In de onderbouw wordt aandacht besteed aan persoonlijke hygiëne en via thema's komen aspecten van gezond gedrag aan de orde.

Dit in combinatie met de buitenspellessen en de lessen lichamelijke opvoeding.

 

Techniek en Milieu

 

In de groepen 1/2 is veel constructiemateriaal aanwezig, zoals Lego en K'nex. Kinderen leren hun ruimtelijk inzicht  te vergroten.

Bovendien wordt er via thema’s aandacht besteed aan het milieu in de directe omgeving. Het schoonhouden van het lokaal, de toiletten en het plein zijn daar voorbeelden van.

In de overige groepen wordt gewerkt met technisch lego en krijgt de computer steeds meer aandacht.

De methodes 'In de kijker' (groepen 3 en 4) en 'Wijzer door de Natuur' (groepen 5, 6, 7 en 8) besteden aandacht aan verschillende technische onderwerpen, die in en om het huis kunnen plaatsvinden.

In de midden- en bovenbouwgroepen wordt er gewerkt met de methode 'Maak 't maar'. Dit is een bronnenboek voor techniek in het primair onderwijs.

De onderwerpen zijn verdeeld over de onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Dezelfde verdeling is toegepast bij het 'Ontdekkasteel'.